Een reactie op het artikel in het MC over de demissionair minister van VWS
M.J. Schoots, huisarts in opleiding
In het Medisch Contact van 11 maart jongslede las ik met genoegen het interview met de demissionair minister van Volksgezondheid. Onduidelijk is me wat de aanleiding is geweest, maar er valt voor het eerst tempering te bespeuren bij minister Klink. Nuance heeft zijn intrede gedaan in het debat over zorgstelsel veranderingen. Ook over de huisartsgeneeskunde liet hij zich duidelijk positiever uit dan voorheen het geval leek te zijn.
Presteren & Transparantie
In tijden waarbij 24 uur per dag onze mening wordt gevraagd, we iedere avond weer iemand kunnen wegstemmen per sms en een verkiezing van de 25 beste en slechtste allertijden krijgen voorgeschoteld, kon het niet uitblijven dat dit in een breder maatschappelijk kader getrokken zou worden. Het heet transparantie en het moet straks overal en voor iedereen. Voor huisartsen zijn er de prestatie-indicatoren, ze vormen onderdeel van de prestatiecontrole, daarnaast spelen medicatiefouten en aantallen complicaties ook een rol. De minister wil dat deze gegevens voor de verzekeraar inzichtelijk zijn. Maar niet om hen te straffen; financieel korten of opzeggen van een overeenkomst zijn noodmaatregels. De verzekeraar die patiënten adviseert een andere dokter te kiezen vormt in Klink’s ogen de absolute uitzondering. Liever ziet hij een transparantie die op natuurlijke wijze moet leiden tot beter presteren. Het is aan zorgverzekeraars te benchmarken en artsen hun prestaties terug te koppelen.
Huisarts hoofdaannemer van functionele bekostiging
Klink werpt zich nog niet op als beschermengel voor het boegbeeld van de eerstelijnszorg. Maar hij vindt wel dat de huisarts dé hoofdaannemer is van een keten-DBC of de toekomstige functionele bekostiging. Niet eerder was Klink zo overtuigend over de rol van de huisarts. Hij verwacht dat patiënten van nature voor de eerste lijn kiezen en lijkt het zelf ook natuurlijk te vinden. Wachten is nog op de uitspraak dat de staatsman de huisarts ook een kundig persoon vindt voor deze regierol. Want iets verderop verbleekt het compliment weer enigszins wanneer Klink begint over de goedkopere eerstelijns arts die geen belang heeft bij duurdere tweedelijns behandelingen wanneer het met goedkope medicijnen opgelost kan worden. Een genoemd voorbeeld beschrijft een arts die op zijn computerscherm netjes krijgt opgedragen wat hij moet doen en de patiënt als een waakhond weghoudt van de specialist totdat de richtlijn het toelaat. Immers in de Verenigde Staten – een land zonder eerstelijn naar mijn idee – heeft er 8 miljard dollar mee kunnen besparen (op het Amerikaanse zorgbudget waarschijnlijk een druppel op een gloeiende plaat).
Marktwerking
Het doet deugd te lezen dat de minister een marktwerking – zoals wij die leren tijdens de eerste lessen economie op de middelbare school – niet ziet werken in de zorg. Hij verwacht niet dat lokale zorgaanbieders gaan concurreren om de chronische patiënt, of de chronische patiënt voor verschillende aandoeningen, meerdere zorgverleners heeft. Verbieden wil hij het niet maar toejuichen zal hij het geenszins. Aanvankelijke schrikbeelden lijken hiermee van de kaart. Geen ouderen die op een ochtend vier dokters bezoeken, voor iedere chronische ziekte een. Geen zorggroepen met vroeger collega-artsen en nu keiharde zakenlieden die dingen om de hand van de zorgverzekeraar. En geen zorgverzekeraars die kiest voor de goedkoopste zorggroep. Eerder een markt waarin de klant (verzekeraar red.) zal zien wat hij krijgt voor zijn geld en recht heeft op ruilen of garantie. Pas bij veelvuldige kwaliteitsovertredingen door de winkelier (huisarts red.), kan de klant gebruik maken van ‘niet-goed-geld-terug’ en naar een andere winkel toestappen. De tijd zal moeten leren of het echt op deze wijze zal gaan en of er manieren zijn om daadwerkelijk de kwaliteit te meten.
Menselijkheid blijft ontbreken
Het probleem van meetbaarheid zien we duidelijk terugkomen in een antwoord van minister Klink op een uitstekende vraag van de interviewer. Want in zijn antwoord hoe het ‘luisterend oor’ van de arts gemeten kan worden, schittert Klink de technocraat in volle glorie. Er volgt een beschrijving van een arts die door middel van gesprekken zijn patiënt afhoudt van over-diagnostiek en behandeling. Zijn enthousiasme dreunt door op het papier, maar hoe onfortuinlijk slaat hij de plank hier mis als de interviewer natuurlijk iets totaal anders bedoelde; menselijkheid.
Disclaimer: Merlijn Schoots, lid van de werkgroep Politiek en Maatschappij, schreef dit artikel op eigen naam en niet namens de werkgroep Politiek en Maatschappij van de LOVAH
Gearchiveerd onder: Zonder categorie getagged: | 11 maart 2010,functionele bekostiging,huisartsen,Klink,marktwerking,medisch contact,merlijn schoots,minister Klink,nieuwe zorgstelsel,prestatie indicatoren
